De 20-1 regel voor presentaties
Gisteren was ik in Rotterdam, bij de Willem de Kooning Academie (WDKA), voor een presentatie over ons nieuwe tijdschrift QPQ. WDKA gaat meewerken aan een project van ons: sociaal ondernemen en marketing-communciatie. Waarover over een paar weken meer. Want dat is pas voor nr 2.
En daar gaat deze post ook niet over. Deze gaat over presenteren. Natuurlijk, daar heb ik het vaker over. Niet voor niets, want dat is heel belangrijk. Als jij je verhaal niet goed voor het voetlicht kunt brengen, dan is dat verdomde lastig.
Tijdens de voorbereiding voor mijn praatje voor de WDKA moest ik denken aan een uitspraak van Winston Churchill, die ik een keer ergens had gelezen. Voor iedere minuut speech had hij 1 uur voorbereiding nodig. Mijn praatje duurde zo’n 20 minuten. Reken maar uit hoeveel uur dat zou zijn geweest, veel meer dan het uurtje dat ik er nu aan kwijt was. Het scheelt natuurlijk wel dat ik heb verteld over een concept (van QPQ) dat ik zelf bedacht heb en over de samenwerking die ik ook bedacht heb. Daar zitten al wel heel veel uren in. Nu ben ik niet zo’n begenadigd redenaar als Churchill, de studenten waren in ieder geval razend enthousiast na mijn praatje. Mooi meegenomen toch?
Op allerlei blogs kom ik regelmatig tips tegen om goed te presenteren. Hieronder heb ik er een aantal bij elkaar gezet. Niet supernieuw, maar heel waardevol. Aan het eind een geweldige korte film. Over hoe je vooral niet moet presenteren. Ontdek welke regels er geschonden worden.
- Voorbereiding
De voorbereiding van je presentatie is een van de belangrijkste onderdelen. Churchill had het niet voor niets over de verhouding 1 uur- 1minuut. Hoe beter je jezelf voorbereid, hoe beter je verhaal en je argumenten om je verhaal kracht bij te zetten. En hoe veel makkelijker je ook met onverwachte wendingen en vragen kunt omgaan. - Sterk verhaal
Zorg ervoor dat je een goed verhaal hebt dat heel logisch van het ene in het andere onderdeel over gaat. Spring niet van de hak op de tak. En bouw rustmomenten in. Geef mensen de gelegenheid even te ‘ontspannen’ en maak het daarna weer spannender. - Zorg voor een goed begin en een goed eind
‘Waarom zou ik naar deze spreker gaan luisteren, in plaats van mijn mail te beantwoorden of kijken wat er op Twitter allemaal gebeurt?’ Als jij de attentie van een publiek vanaf het begin wil vasthouden, zul je daar een goed antwoord op moeten hebben. Een slechte spreker kan in die eerste minuut z’n gehoor kwijtraken en de rest van z’n 45 minuten (gaap….)in gevecht zijn om de aandacht van z’n publiek terug te winnen.
En voor het begin geldt, geldt natuurlijk ook voor het eind: als je wil dat je verhaal een beetje beklijft, is het goed een uitsmijter te hebben. Nachtkaars is een slecht idee. - Oefening baart…juist…kunst
Belangrijk is ook dat je je presentatie oefent. Als het kan voor de spiegel, maar gewoon hardop is ook goed. Ik doe het vaak al bij ieder stuk tekst, even hardop om te kijken of de timing goed is, de intonatie. Misschien moet een zin net iets anders opgebouwd. En, niet onbelangrijk, daardoor kan ik al het een en ander onthouden van mijn praatje. Gecombineerd met een goede voorbereiding zorgt het er ook voor dat je, mocht dat nodig zijn, goed kunt improviseren.
Je presentatie uitproberen op een aantal collega’s, werkt ook altijd heel goed. Je merkt waar stukken anders moeten, sneller of juist langzamer. Voor een echt publiek oefenen, kan een absolute eye-opener zijn. - Ontspan en heb vertrouwen
Een presentatie houden kan je heel zenuwachtig maken. En dat is niet zo heel erg goed voor je gemoed en dus je presentatie. Een van de meest zenuwslopende situaties, is natuurlijk apparatuur. Of preciezer, apparatuur die niet werkt. Ga daarom op tijd naar de lokatie en check de techniek. En als het echt niet werkt, doe dan toch gewoon je ding. Ik heb de beste presentaties gehouden, gezellig, cosy met z’n 20-gen om mijn Apple-tje. Want uiteindelijk gaat het om jouw verhaal. Daar moet je mensen mee boeien.
Tip: trek geen kleding aan waar je heel makkelijk transpiratievlekken in ziet. - Wees gepassioneerd
Hoe goed je voorbereiding ook is en hoe goed je allerlei andere tips ter harte hebt genomen, als je geen passie uitstraalt, is het paarlen voor de zwijnen. De beste presentaties zijn die waar de sprekers enthousiast zijn over het onderwerp waarover ze praten.
Maak oogcontact met je publiek, spreek sommigen rechtstreeks aan, probeer niet al te stijf te staan. En, heb passie.http://www.cinema.nl/nps-kort/media/4206734/succes-kort-2008
Als geschreven: Ter leering ende vermaak een geweldige korte film met in de hoofdrol Rene van ‘t Hof. Over hoe erg je de regels van het presenteren kunt schenden. Tip: kijk uit met powerpoint.
February 9, 2010 3 Comments
How to: 6 tips om geretweet te worden & 1 bonustip
Deze week start Twitter met z’n (haar?) roll out van weer een nieuwe feature: de RT knop. Leuk natuurlijk, zo op het eerste gezicht, want een belangrijk toegevoegde waarde van Twitter is dat je geretweet wordt zodat nog meer mensen van jouw bestaan, jouw visie, jouw ideeën op de hoogte zijn. En dat je meer volgers krijgt. Zoals ik ergens las: dat je content niet ’sticky’ wordt maar juist ’slippery’. Of te wel dat je tweet snel doorgestuurd wordt.

In deze post somt Twitter-voorman Evan Williams de redenen en voordelen van de knop op.
Maar, niet iedereen is er even enthousiast over.

Bovendien heb je die knoppen alleen maar op de Twitter-site. Op allerhande Twitterclients heb je die specifieke RTknoppen niet. Al heb je wel vaak een of andere mogelijkheid om te RT-en. Zoals bij Tweetdeck waarbij je heel simpel op een soort knop drukkt om te RT-en.
Omdat niet iedereen zich even makkelijk laat overtuigen over nut en noodzaak van deze nieuwste feature en omdat lang niet iedereen via het web twittert , volgt hieronder een aantal tips om ‘ouwerwets’ geretweet te worden.
Die RT-tips verschenen in de afgelopen periode op verschillende buitenlandse blogs. En omdat jij als sociaal ondernemer natuurlijk veel te druk bent om al die blogs bij te houden, volgt hier een samenvatting daarvan.
1. Het allerbelangrijkste is dat je goede content hebt. Duh, het gaat natuurlijk wel om de inhoud. Niet alleen maar ’mij, mij, mij’, werkt niet echt. Zeker niet als je op die manier je merk, produkt of service onder de aandacht wil brengen. Je imago is er meer bij gebaat dat jouw tweet op een of ander manier waarde toevoegt, omdat het interessant is wat je meldt of juist provoceert. En als je een interessante tweet hebt, is de kans uiteraard stukken groter dat die geretweet wordt.
2. Tweets met een link in de tekst worden 3 keer zo vaak geretweet als tweets zonder urls. Blijkt uit onderzoek. Gebruik wel een url-verkorter die het ook echt substantieel korter maakt. Favoriete, dus meest geretweet, shorteners zijn bit.ly en ow.ly,zo blijkt uit datzelfde onderzoek. Tinyurl heeft helemaal afgedaan. Zooooo begin 2009.
3. Voor de rekenaars – maar vooral de woordcreatieven- onder ons: maak je tweet altijd korter dan 140 karakters. Dan kan de RT en afzender erbij.
4. Meest geretweete woorden? Dit is de top 20.



Kortom, please retweet klinkt dan misschien spammerig, het werkt wel!
5. Twitter begon ooit als service die antwoord gaf op vraag: wat ben jij aan het doen. Tegenwoordig is dat -gelukkig- niet meer het geval. Dus tenzij jij een celeb bent, vermijd antwoord op die vraag. Top 20 minst geretweete woorden. Niet gebruiken dus.

6. Beste tijd om geretweet te worden? Vrijdagmiddag 4 uur. Waarom? Beats me. Blijkt uit dat eerder genoemd onderzoek.


Bonus: Tip voor als je zelf retweet: Zet er een een zinvolle opmerking bij, voeg dus iets toe. Bij voorkeur voor de RT. je loopt wel het risico dat je de originele tweet moet aanpassen: “en” vervangen door “&”, “een” door “1″ of “n”, laat lidwoorden weg. En meer van dat soort crea afko’s. Kijk er wel voor uit dat je niet dé RT’er wordt, want uiteindelijk wil je zelf geretweet worden.

Een aantal tips hierboven komt uit het twitteronderzoek van social marketing wetenschapper Dan Zarrella. In de presentatie hieronder zie je nog meer tips. Sommige erg toegespitst op de Amerikaanse situatie, andere direct hier toepasbaar.
November 12, 2009 No Comments
How to: snel een blogpost schrijven
Na wat wikken en wegen en praten heb je dan toch besloten: er moet een blog komen. De 8 redenen waarom je als sociaal ondernemer zou moeten bloggen, hebben je over de streep getrokken.
Maar ja, besluiten is één, het ook echt doen is vers 2. Vooral omdat er hoe dan ook tijd in gaat zitten. En je hebt het al zo druk.

Hieronder vind je een paar tips hoe je snel een bijdrage kunt schrijven. Ik druk nu mijn stopwatch in. Go!
Snel schrijven heb ik vooral geleerd toen ik in de publieksjournalistiek werkte. Of het nu een krant, tijdschrift of en begeleidende tekst voor een filmpje was, de deadline was er altijd om me supersnel te laten schrijven. Daar heb ik het geleerd; per week schrijf ik nu minstens 3 bijdrages op dit blog, schrijf ik ook voor Molblog en schrijf ik als twitterreporter tijdens events. Kortom, ik schrijf een hoop zo in een week.
Stap 1
Weet waarover je wil schrijven. Nog voordat je zit. Als je ene bijdrage klaar is, moet je al weten waar de volgende over gaat. Toen ik mijn ‘8 redenen om te bloggen’ gepost had, wist ik al welke andere posts ik nog meer over bloggen wil gaan schrijven. Deze bijvoorbeeld. Ideeën krijg je overal. Als je je hond uitlaat, starend naar plafond, als je iets in de krant leest of op een ander blog. Of, zoals ik vaak, terwijl je jezelf in het zweet roeit tijdens je 3wekelijkse fitness- en krachttrainingsprogramma. Invallen krijg je overal. Dat stopt niet. Zorg er dus voor dat je altijd pen en papier bij de hand hebt. Of een mobiele telefoon zodat je je idee aan jezelf kunt doorbellen.
Bedenk niet alleen een onderwerp, maar bedenk ook wat je wil zeggen. Want daar gaat het om. Waar gaat je post over? Wat heb je te melden? Misschien heb je zelfs al een paar zinnen in je hoofd. Schrijf die op. Je vergeet je ze namelijk even snel als je ze bedenkt hebt.
Stap 2
Afhankelijk van het soort post dat je schrijft, kies je een format, een stramien. Hieronder vind je er een aantal.
- Vraag-antwoord-interview. Tip: bedenk van te voren wat je wil weten, maak je vragen, hou je daar ook in je verhaal aan zodat je alleen maar de antwoorden hoeft uit te typen.
- Vraag-antwoord artikel. Je ziet het wel vaker in de krant: je werpt een vraag op en die beantwoord je zelf.
- Een echt verhaal. Nee, niet beginnen met ‘Er was eens…’ maar wel verhalend. En daarmee kun je dan je punt maken. Ik begon laatst met de zin: ‘Mijn moeder belde me onlangs op.’ Kan ook een prima begin zijn van een echt verhaal.
- Een post met tips. Over hoe je snel een blog schrijft bijvoorbeeld.
- Lijstjes. Er gaat misschien wat tijd zitten in zoeken – hangt een beetje van het soort lijstje af. Voordeel is dan wel dat jij ook weer wat geleerd hebt.
- De zomereditie van Sociaal Ondernemen.nu – die ik al een week of 2 geleden bedacht heb en waarover ik komende maandag een post schrijf- bestaat ook voor een deel uit lijstjes: ‘Vijf vragen aan…’ Sociaal ondernemers beantwoorden 5 vragen die ik bedacht heb, en ik hoef ze alleen nog maar te plaatsen. Appeltje-eitje.
- Videofilmpje: korte intro en daarna het filmpje –al kan het maken van het filmpje misschien wat meer tijd kosten. Daarover in een andere post meer.

Stap 3
Ga zitten. Begin. Schrijf en stop niet voordat je verhaal ‘op papier’ staat. Verbeter je typefouten nog niet – tegen deze regel zondig ik zelf omdat ik echt super veel typefouten maak. Maak korte opmerkingen in je tekst als je even niet op een naam of woord kan komen. Ik gebruik altijd 3 vraagtekens, maar je kunt ook in kapitalen schrijven CHECK NAAM of zoiets. Als je snel doorschrijft laat je je gedachtestroom niet onderbreken en dat komt je verhaal ten goede. Als er mensen in mijn buurt ben als ik type, zijn ze altijd verbaast over het tempo waarin ik op mijn toetsenbord ‘ram’.
Stap 4
Lees je blog goed door, verbeter spelfouten, onderzoek of je zaken duidelijk hebt verwoord of dat ze misschien net iets anders beschreven moeten worden.
Stap 5
Jaag een spellingscorrector door je tekst. Je wordt nl blind voor je eigen fouten. Je kunt je post ook een keer of twee hardop lezen. Van achter naar voren lezen kan ook. Dan lees je echt ieder woord – maar niet het verhaal.
Stap 6
Post je blog. Klaar!
Zo, dat was een kwartier, 20 minuten.
Heb jij nog tips? Laat ze horen!
June 29, 2009 No Comments
To blog or not to blog: 8 redenen waarom wel
Lubbers zei het vorige week al: er is innovatie nodig bij ontwikkelingssamenwerking en web 2.0 heeft daar goede tools voor. Die goede tools kunnen ook ingezet worden bij meer dan alleen innovatie voor ontwikkelingsamenwerking. Voor allerlei sociaal ondernemers, non-profits en NGO’s kunnen ze een goede invulling of aanvulling zijn op hun communicatiebeleid.

Immers, social media geven heel veel organisaties en mensen de mogelijkheid om hun verhaal te vertellen, hun produkt te marketen, social issues onder de aandacht te brengen, geld in te zamelen. Met andere woorden: je kunt nu veel makkelijker je ideeën, gedachten of acties communiceren, onder de aandacht brengen van journalisten, consumenten, experts.
Je komt ook makkelijker in contact met anderen om je sterk te maken voor een sociaal probleem, ideeën uit te wisselen, inspiratie op te doen, of zelfs een heuse sociale verandering te bewerkstelligen.
Kortom, social media zorgen ervoor dat je als organisatie of individu niet meer passief bent maar actief zelf content maakt.
Een van die mogelijkheden is bloggen. Moet iedereen dan maar gaan bloggen? Neuh, dat nu ook weer niet. Maar het kan je in een aantal gevallen zeker voordeel op leveren. Hieronder staan er 8 opgesomd, vrij naar Brit Bravo.
1. Blogs geven je lezers een snelle update.
Een nieuwsbrief is leuk, maar het kan soms lang duren eer die in elkaar gezet en verstuurd is. Een blogpost schrijf en publiceer je veel sneller, waardoor je je doelgroep en stakeholders op de hoogte kan houden van wat er speelt en waar je mee bezig bent. En je kunt heel snel commentaar geven op actuele ontwikkelingen.
Tip: als je een blog gebruikt om mensen regelmatig op de hoogte te houden van wat er speelt bij jouw organisatie, geef ze dan de mogelijkheid om ze te abonneren op je blog via email of rss. Dat kan bv via Feedburner of Feedblitz.
![]()
2. Blogs helpen je sneller te werken.
Een aantal berichten uit je blog kun je prima gebruiken voor je nieuwsbrief. Sommige kun je 1 op 1 doorplaatsen of andere neem je als uitgangspunt voor een nieuw bericht. Als je een e-nieuwsbrief maakt, kun je ook linken naar je blog. Dat zorgt weer voor meer traffic naar je website.
![]()
3. Door blogs kun je meer mensen bereiken.
Social media kun je vergelijken met een soort inklvlek, die zich steeds verder uitbreidt. Dat kan –dus- ook gelden voor je blog. Er zijn verschillende manieren waarop je via je blog meer mensen kunt bereiken.
- als een link in je twitterfeed, die link kan geretweet worden
- als een feed op je Linkedin profiel. Linkedin geeft je de mogelijkheid om je blog op je profielpagina te integreren
- als nieuws of discussie-item via Linkedin groepen
- via je Hyvesblog of Facebook kun je een link naar je eigen blog maken
- je kunt onderaan je blogbericht een mogelijkheid maken dat lezers het bericht verder mailen
- als iemand via social bookmark sites als Del.icio.us, StumbleUpon of Digg een bijdrage gebookmarked heeft
- als een ander blog naar je linkt
![]()
4. Blogs kunnen de zoekresultaten voor je website verhogen.
Zoekmachines houden van websites die vaak geüpdate worden en vaak en/of veel inkomende links heeft. Dus houden ze van blogs. Hier en hier kun je er meer over lezen.
![]()
5.Blogs kunnen je helpen met free publicity.
Omdat je hoger in de zoekresultaten van zoekmachines komt, kun je eerder gevonden worden door journalisten als ze een verhaal maken over jouw specialisatie. Je kunt er ook zelf de media mee bereiken.
Daarnaast kun je met een blog je eigen nieuws maken, in plaats van afwachten tot een journalist dat doet. Geenstijl is daar in Nederland – al is dat geen non-profit en kun je het niet eens zijn met hun stijl- een heel goed voorbeeld van.
![]()
6. Blogs zijn goed voor je authenticiteit en geloofwaardigheid.
Wil je als non-profit echt iets bereiken dan zul je authentiek moeten zijn, echt. Dat kan je laten zien door een blog. Je doelgroep en je toekomstige publiek kan zien wie er achter een organisatie schuilgaan, en kan die organisatie helemaal volgen.
![]()
7. Blogs geven je (potentiële) doelgroep de mogelijkheid tot reageren.
Social media en dus ook blogs zijn 2wegverkeer. Dat betekent dat lezers de mogelijkheid moeten hebben om te kunnen reageren. En ja, daar kan wel eens een negatief commentaar tussen zitten. Brit Bravo vergelijkt het met een feestje. Als je een feestje geeft, heb je allerlei soorten partijgangers: vrolijke, ladderzatte, een beetje depressieve, hele serieuze, lolbroeken, eerlijke. Dat soort commentaar ga je ook krijgen. Met andere woorden: Dat moet je accepteren, en je weet gelijk hoe de vlag erbij hangt.
![]()
8. Blogposts schrijven is leuk!
Als je in een organisatie werkt, met meerdere mensen, kies dan degene die uit voor het bloggen die er plezier in heeft. Het gaat om meer dan alleen het schrijven van een post. Zo moet je veel andere blogs lezen en daar ook op reageren. En als je bloggen ziet als een taak die je afvinkt, heb je een probleem. Als je in een heel kleine organisatie werkt, of zelfs alleen, bedenk je dan dat het tijd en een lange adem kost om met je blog iets te bereiken. Er liggen al meer dan genoeg blogs op het kerkhof van goede bedoelingen.
June 15, 2009 1 Comment
Twaalf tips om een goede video te maken
Dat videobeelden veel impact hebben, weten we al lang. Ik heb jaren als verslaggever bij krant en tijdschrift gewerkt – hele serieuze ook- maar ik werd pas aangesproken op wat ik deed toen ik tv-verslaggever werd en mijn items op nationale tv te zien waren. Nooit geweten overigens dat er zoveel mensen (stiekem) naar commerciele tv keken.
Niet voor niets luidt een wel heel bekende uitdrukking: één beeld zegt meer dan 1000 woorden. Mensenrechtenorganisatie Witness kan dat beamen. Door de filmpjes op hun site The Hub zijn er al verschillende schrijnende situaties ten goede veranderd. Binnenkort kun je hier een interview met directeur Yvette Alberdingk Thym bekijken.
En met YouTube, Vimeo en allerlei andere mogelijkheden om je video aan de hele wereld te laten zien, is beeld alleen maar belangrijker geworden.
Prachtig natuurlijk dat bewegend beeld zoveel invloed kan hebben, maar hoe maak je nu een goede video? Op het Amerikaans nonprofitmarketingblog, gaf tv-maker Mark Horvath 10 tips voor een goed filmpje. Wat Amerikaans van inslag, daarom hier toegespitst op de Nederlandse markt. En het zijn er 12.
- De kern van iedere video is dat je een verhaal vertelt. Geen droge opsomming van feiten, maar een heus verhaal. Kijk naar allerlei programma’s en ontdek de verschillen. Pauw en Witteman is pas echt leuk als iemand een verhaal vertelt, een documentaire krijgt meer impact naarmate er een echt verhaal inzet. Ontdek waardoor je geraakt wordt, en onthou dat. Dat kun je heel goed gebruiken voor je eigen video’s.
- Inhoud is het belangrijkste daar gaat het om. Nee, dat staat niet op gespannen voet met de eerste tip. Feiten kun je in beeld laten zien, emoties, het verhaal erachter, laat je vertellen door mensen. Voorkom wel dat je helemaal opgeslokt raakt door mooie beelden. Tuurlijk, mooie plaatjes zijn belangrijk, zorg dus ook dat je voldoende beeldmateriaal hebt, maar let vooral op de inhoud.
In deze video vertelt de dochter van Abdulkarim El-Khaiwan, journalist, activist en schrijver uit Jemen, het hardverscheurende verhaal hoe haar vader werd gearresteerd. In de begeleidende tekst zijn allerlei feiten over Abdulkarim El-Khaiwan opgesomd. Het beeldmateriaal is niet van heel hoge kwaliteit, maar het is een prachtig filmpje, emotie in beeld, feiten heel droog opgesomd. - Maak een storyboard van wat je wil vertellen. Bedenk welk beeldmateriaal je daarvoor nodig hebt, en zorg dat je dat ook opneemt. Als je op een locatie bent waarvan je verwacht dat je er niet ze snel terugkomt, neem dan extra materiaal op. Je weet maar nooit waar je het voor nodig hebt.
- Werk van achter naar voren. Bedenk eerst wat je wil bereiken met je video en ga dan met je verhaal aan de slag. Moeten mensen over jouw onderwerp gaan praten? Moeten ze geld geven? Moeten ze een bepaalde actie ondernemen? Als je dat hebt bepaald, kun je aan je verhaal beginnen. Met jouw einddoel in je achterhoofd.
In het voorbeeld van de dochter van de journalist was het belangrijkste doel hem vrij te krijgen. En dat is gelukt. Een ander doel was om de mensenrechtensituatie in Jemen aan de kaak te stellen. En dat is ook gelukt, want daar werken wij nu dus aan mee.
Hou je doelgroep goed voor ogen. Een video voor kinderen vraagt om een andere benadering van het onderwerp dan die voor volwassenen. Kijk maar eens hoe hetzelfde onderwerp in het Jeugdjournaal en in het 8uur journaal gebracht wordt . Let dan ook eens op de moeite die verslaggevers hebben om een onderwerp te vertellen in Jeugdjournaaltaal.- Bedenk voor welk medium je filmpje bedoeld is. Voor video’s voor bv YouTube heb je heel ander beeldmateriaal nodig dan voor een groot tv scherm of voor een bioscoopscherm.
- Kill your own darlings was een gevleugelde uitdrukking van een van mijn docenten tv-journalistiek. Maak je verhaal niet te lang, niet alle nuances zijn even belangrijk. De kern, daar gaat het om. Kijk maar eens naar commercials. In maximaal 30 seconden moet er een verhaal verteld zijn.
- Luister goed naar degene die je interviewt. Misschien snijdt z/hij wel een nieuw onderwerp aan dat nog interessanter is dan waar je voor kwam. Ben zo flexibel om dat toe te laten.
- Vermijd het stellen van suggestieve vragen. En leg mensen geen woorden in hun mond. ‘U vindt toch ook dat…’ is geen goede vraag.
- Vaak blijf je als interviewer zowel met je vragen als als persoon helemaal buiten het filmpje. Vraag daarom aan je interviewkandidaten of zij een deel van je vraag in hun antwoord kunnen stoppen. Vraag: ‘Hoe ben je op het idee gekomen om je te richten op mensen die moeilijk aan een baan kunnen komen?’ Antwoord : ‘Omdat familie van mij daarmee geconfronteerd werd’. Dat kun je dus niet gebruiken. ‘Ik ben met die mensen gaan werken omdat familie van mij daarmee geconfronteerd werd’, is wel bruikbaar.
- Het is goed om relaxed en vriendelijk te zijn. Camera’s maken mensen nerveus. Zorg dat je interviewkandidaat zich op haar/zijn gemak voelt.
- En, heel belangrijk, heb er plezier in. Je maakt een fimpje, dat misschien wel de wereld zal veranderen. Dat is leuk!
April 8, 2009 2 Comments
