verbetering door verandering
Random header image... Refresh for more!

NGO’s en bedrijfsleven moeten samen sociaal probleem oplossen

Onder de titel Social Capital Day  staat woensdag 13 mei tijdens European SMEweek maatschappelijk verantwoord ondernemen, sociale innovatie, en nieuwe vormen van ontwikkelingssamenwerking centraal. Vooral de positie van NGO’s wordt onder de loep genomen, zo blijkt uit het programma en uit de discussie die gevoerd wordt op Linkedin onder de verschillende sprekers.

Zitvlees
Social Civic entrepreneur Cor Mouwes gooit, zoals hij het zelf zegt, de knuppel in het hoenderhok. Volgens hem is het tijd voor herijking van de huidige NGO’s. Er is teveel zitvlees gekweekt en er zijn meer dan incidenteel negatieve berichten naar buiten gekomen. Zijn stelling is dat er Sociaal Maatschappelijke Ondernemingen gaan ontstaan die deels de rol van de NGO’s gaan overnemen.

Mouwes heeft naar mijn idee voor een deel gelijk. Zeker waar het het zitvlees betreft. Off the record- want stel je voor dat het hardop gezegd wordt – zeggen verschillende NGO’s dat ze in ieder geval zelf willen blijven bestaan.

Wat betreft sociaal maatschappelijke ondernemingen is er goed nieuws voor Mouwes: die zijn er al. Juist die zagen langzaam maar zeker en terecht aan de stoelpoten van bestaande NGO’s. Deze ondernemingen maken duidelijk dat je een sociaal probleem heel goed anders kunt oplossen dan met behulp van subsidies van de overheid. Veel beter misschien wel. Een sociale onderneming kijkt namelijk naar de markt en de problemen, behoeftes of vragen die daar leven. NGO’s kijken naar de wensen van de subsidiegever en hoe ze daaraan kunnen beantwoorden. En dat vergroot de kans dat je met je rug naar de markt staat.

Markt vs subsidie
Daardoor krijg je situaties zoals vandaag in de Volkskrant geschetst wordt over Kanaleneiland. Letterlijk staat daar: ‘Als bijvoorbeeld een groep vrouwen in de wijk een vrouwencentrum wil beginnen, krijgen ze bijna 3 ton van het ministerie van VROM uit het potje ‘Ruimte voor Contact’. Maat wat zo’n moeizaam lopend centrum bijdraagt aan de verbetering van de wijk, is de vraag. (…) “Ik zie geen verschil met hoe de wijk vijf jaar geleden was”, zegt Heinz Schiller onomwonden. Hij is directeur van Doenja, de welzijnsorganisatie van Kanaleneiland.’
Het verhaal schetst een onthutsend beeld van goede bedoelingen die heel veel geld hebben gekost en niets hebben opgeleverd. Reden: er wordt niet naar de markt gekeken, maar naar wat subsidiegevers in hun jaarplan hebben staan.

cartoon: Ronald Oudman / CC BY-NC-ND 3.0

Sponsoring?
Overigens zullen niet alleen NGO’s zich moeten bezinnen. Ook het bedrijfsleven zal dat moeten doen. De samenwerking met NGO’s zoals die nu veelal plaatsvindt, verandert aan de huidige positie van de NGO’s niet zoveel. Het is in feite sponsoring wat het bedrijfsleven doet, en dat bevestigt alleen maar de status quo. Het bedrijfsleven zou NGO’s veel meer moeten helpen om op een ondernemende manier de problemen op te lossen. Samen kijken naar een probleem: NGO’s vanuit hun missie, bedrijven vanuit ondernemersperspectief en op die manier een oplossing vinden.

Zoals Jolein Baidenmann het zegt: Ondernemerschap stimuleert denken en creativiteit. Het moedigt ambitie aan, beter willen zijn en tegelijkertijd samenwerking. Want samen ben je sterker en groter.

Bestaande modellen en theorieën zijn daarbij startpunt en geen einduitkomst waaruit gekozen moet worden om een oplossing te bedenken. Roger Martin van de Rotman School of Management van de Universiteit van Toronto  gaf dat eerder aan tijdens de opening van het Skoll World Forum on Social Entrepreneurship, het grootste congres ter wereld over sociaal ondernemerschap.
(Voor wie deze lezing wil horen en zien, hier kun je alle video’s zien van het congres zien, klik op de eerste video, ‘open plenary’ voor de lezing van Roger Martin)

Investeerders zouden ook anders naar hun rol kunnen gaan kijken. Niet langer zal alleen financieel rendement doorslaggevend moeten zijn, ook sociaal rendement zal een rol moeten gaan spelen.

Er is, kortom, nogal wat werk aan de winkel. Gelukkig werkt het huidige tijdsgewricht mee; langzaam maar zeker zien steeds meer mensen in dat de weg waarop we nu bezig zijn een heilloze is en dat er dus het een en ander moet veranderen.

Hier vind je het hele programma voor die dag en kun je je aanmelden als je erbij wil zijn, toegang is gratis. 


May 11, 2009   No Comments

‘We can create change’

picture-13

‘Ik geloof niet zo in het klassieke verschil for-profit en not-for-profit. Er zijn for-profits die heel veel goed doen. Wij hebben bijvoorbeeld onlangs met al Jazeera een human rights-desk opgezet; dat gaat echt een hele goede bijdrage leveren aan sociale verandering. Het zou mooi zijn als for-profit en non-for-profit uiteindelijk door elkaar gaan lopen.’ Yvette Alberdingk Thijm is sinds midden 2008 executive director van Witness, een mensenrechtenorganisatie die via film en internet opkomt voor  mensenrechten overal ter wereld.

Alberdingk Thijm, juriste, geeft zelf invulling aan haar wens dat for- en not-for- profit door elkaar gaan lopen. In een ‘vorig leven’ heeft ze alleen bij for-proft bedrijven gewerkt. Zo was ze meer dan tien jaar werkzaam voor MTV  Networks International waar ze verantwoordelijk was voor nieuwe media, en voor ze naar Witness ging, werkte ze als Executive Vice President of Content Strategy & Acquisition van Joost, het online videoplatform opgericht door oprichters van  Skype en Kazaa.

Dictaturen
In dit interview gaat ze in op de uitdagingen van deze tijd. Verontrustend vindt ze het, dat internet niet alleen gebruikt wordt om sociale veranderingen te bewerkstelligen, maar dat ook dictaturen steeds meer die technologie gaan gebruiken om hun regime in het zadel te houden. En dan gaat het niet over het opzichtig sluiten van een blog, maar over bijvoorbeeld de normale internetmogelijkheden als comments leveren op een post waardoor een onwelgevallige blog moet sluiten. Meer daarover in de komende periode.

Crisis als kans
En de crisis is natuurlijk ook een uitdaging. Al ziet ze dat ook als een kans, optimistisch als ze is. ‘Sociaal ondernemers zijn bij uitstek de ondernemers die deze recessie kunnen doorstaan. Als je middelen erg beperkt zijn, moet je creatief zijn. En dat zijn ze.  Wij doen dat bijvoorbeeld door nog creatiever om te gaan met de technologie, waardoor we met evenveel mensen  nog meer verandering krijgen.’


Yvette Alberdingk Thijm, executive director of Witness, on challenges and changes of online social entrepreneurs from sociaal ondernemen on Vimeo.

Yvette Alberdingk Thijm blogt voor Huffington Post.
Hier kun je meer lezen en horen over de situatie in Zimbabwe.
The Hub is een online video platform van Witness waar iedereen filmpjes kan plaatsen die over mensenrechtensituaties gaan.


April 9, 2009   No Comments

Mads Kjaer over de uitdagingen van zijn start-up MYc4

Mads Kjaer is oprichter van MYc4, een online marktplaats voor microfinanciering van Afrikaanse kleine ondernemingen. Samen met Kiva en GlobalGiving was hij gast bij één van de sessies van het Skoll World Form in Oxford, eind maart. Hoewel ook hier de crisis niet ongenoemd bleef, lieten de panelleden vooral hun licht schijnen over de lange termijn.

Via MYc4 kun je geld lenen aan Afrikaane bedrijven maar je kunt er nog meer. Op de website legt MYc4 uit wat er allemaal mogelijk is. ‘MYc4 is niet alleen een financieel platform. Als een kruising tussen de Grameen Bank, Wikipedia, MySpace en eBay biedt MYc4 de mogelijkheid om geld en kennis te investeren in de toekomst van Afrika door te fungeren als een ontmoetingsplek voor de uitwisseling van advies en kennis met als doel het bevorderen en ondersteunen van het ondernemerschap in Afrika. Uiteindelijk wil MYc4 een universeel platform worden dat kapitaal, mensen en kennis bijeenbrengt om zo gezamenlijk duurzame ondernemingen in Afrika te stimuleren. De drijvende kracht is de gezamenlijke kennis van het collectief, omdat we gezamenlijk sterker, beter en slimmer zijn dan alleen.’

Kjaer heeft ook niet zomaar een doel voor ogen. ‘ Ons doel is het om de eerste public company te worden waarvan de hele wereld eigenaar is’, zei hij tijdens het Skoll World Forum. 
En hij is aardig op weg, zo blijkt uit de cijfers. Nog geen 2 jaar is MYc4 bezig (opgericht in mei 2006) en nu al heeft deze online marktplaats 14.000 leningen verstrekt aan 4100 bedrijfjes in Afrika, voor een bedrag van 10 miljoen euro tegen een gemiddeld rentepercentage van 12,9%.

Tijdens de sessie stelde moderator Tom Watson, van CausewWired de vraag waarom de drie online initiatieven niet gingen samenwerken. Lijkt op zich een valide vraag, alleen stel je die nooit aan bijvoorbeeld Apple en Microsoft of aan OxfamNovib en Hivos.
Mari Kuraishi van GlobalGiving had het enige logische antwoord. Ze willen wel maar er is eenvoudigweg te weinig personeel om dat proces rond te krijgen.

In de video hieronder spreekt Mads Kjaer over de verschillende uitdagingen waarvoor MYc4 geplaatst wordt: ‘als je met iets nieuws begint, zijn er veel mensen die je tegen proberen te houden’, spreekt hij over de rol die social media spelen in het behalen van de doelstellingen van MYc4 ‘ social media kunnen de boel wel versnellen, maar dat is niet altijd wenselijk. Als we morgen ineens een miljoen kapitaalverschaffers hebben, dan hebben we een probleem’,  en geeft hij sociaal ondernemers nog wat tips mee. Vooral veel praten. Met mogelijke partners en met je familie. ‘Because you gonna be crazy for the next couple of years when you are starting an social entreprise.’

Hier kun je het interview met Mari Kuraishi van GlobalGving bekijken, en hier die van Shari Berenbach over financiering van sociaal ondernemingen. Hier lees je een liveblog verslag van de sessie met MYc4, Kiva en GlobalGiving. En hier lees je het hele artikel van Tom Watson van CauseWired over het Skoll World Forum – en ook deze sessie.


April 6, 2009   No Comments

GlobalGiving wil groeien, zelfs tegen de stroom in

Social media & sociaal ondernemers zijn volgens Mari Kuraishi, oprichter en president van het Amerikaanse GlobalGiving, een hele goede combinatie. ‘Social media maken de afstand tussen een donor en een sociaal ondernemer kleiner. Je kunt nu bv via Skype of Twitter direct in contact komen met elkaar. En je hebt de kans om je profiel meer vorm te geven, meer diepgang. Je kunt laten zien dat je ook geeft om een betere wereld. Dat is goed voor je eigen image.’  

Kuraishi spak op het Skoll World Forum on Social Entrepreneurs over social media en sociaal ondernemrschap. In dit interview gaat ze dieper in op de bedreigingen die zij op dit moment ziet. ‘ Aan de ene kant moeten we gebruik van het momentum dat  er is en gaan voor groei, aan de andere kant moet je ook in de realiteit leven en dat is er één van crisis.  Mijn mensen kijken me wel eens aan  met een blik van ‘what have you been smoking?’ als ik  zeg dat we dit jaar groter kunnen worden. Visualiseer groei, zeg ik dan. Als je dat niet doet, dan verlies je dat moment, dan verlies je de energie om door te gaan..’ 


GlobalGiving’s Mari Kuraishi on social media & social entreprises from sociaal ondernemen on Vimeo.


April 3, 2009   4 Comments

Toekomst van investeren voor impact

p3260184

Financiën was een van de hot-topics op het Skoll World Forum on Social Entrepreneurship, in Oxford. En, wellicht opmerkelijk, de sprekers van de verschillende sessie waren minder optimistisch dan allerlei geluiden die je aan het begin van de economisch crisis hoorde. Werd toen de crisis nog gezien als een middel waardoor er een soort nieuwe wereldorde kon ontstaan, nu had de crisis ook bij sociaal ondernemers toegeslagen. En misschien nog wel harder ook, zo bleek uit verschillende sessies.

Zeker voor startende sociaal ondernemers is het lastig om financiering bij elkaar te sprokkelen. Volgens onder anderen Shari Berenbach, president en ceo van Calvert Foundation, een Amerikaans fonds dat met filantropische gelden en met leningen onder meer sociaal ondernemers ondersteunt, staat voor starters alleen maar het traject van filantropie open. Je moet je immers nog bewijzen, je hebt geen trackrecord, en dat is voor vrijwel alle andere vormen van financiering onontbeerlijk. Haar tip: stel met behulp van filantropisch geld je businessmodel op en zorg dat je zo snel mogelijk andere financieringsbronnen creëert waardoor je niet meer afhankelijk bent van alleen dan ‘ goede-doelen’-geld.


Shari Berenbach on financing social entreprises from sociaal ondernemen on Vimeo.

Jessica Freireich, consultant of het Monitor Institute, ging vooral in op het onderzoek dat het instituut begin dit jaar publiceerde: Investing for Social & Environmental Impact: a design for catalysing an emerging industry. Daarin is onderzocht wat de toekomst is van ‘investing for impact’.  Zal het z’n belofte inlossen en inderdaad de oplossing zijn om impact-investing-report_000geld, talent en creativiteit aan te boren om de sociale en milieuproblemen op te lossen? Of zal deze vorm van investeren een niche blijven, onsamenhangend en weinig georganiseerd, waardoor het geen ‘hefboomeffect’  heeft.  Freireich schetste de kansen en bedreigingen voor deze vorm van investeren. Hoewel het een Amerikaans onderzoek is, zijn de bevindingen ook voor Nederland van toepassing.

Kansen:

  • Groeiende interesse onder kapitaalverstrekkers. Er komen steeds meer ultra-rijken die geïnteresseerd zijn in meer dan financieel return. Ze willen hun geld meer gespreid inzetten en ze zoeken nieuwe vormen van investeren. Waarde heeft voor hen ook meer betekenis dan alleen geld.
  • Groeiend besef dat er effectieve oplossingen moeten komen voor de maatschappelijke en milieuproblemen waar we mee te kampen hebben.
  • Groeiend ‘track record’ van sociaal ondernemers die goed scoren in microfinanciering, schone productietechnieken (clean tech) en community development projecten. Het genereert ook steeds meer positieve aandacht in de pers.
  • Groeiende groep professionals die carriëre wil maken in sociaal ondernemerschap.

Tegenover de kansen liet Freireich ook de bedreigingen de revu passeren.

  • Gebrek aan efficiënte bemiddeling. Hoge kosten, gefragmenteerde markt, complexe deals en een gebrek een het begrijpen van de risico’s die deze investeringen met zich meebrengen.
  • Gebrek aan een goede financiële infrastructuur. De markt is sinds jaar en dag verdeeld tussen fondsen en subsidies enerzijds die gericht zijn op impact en investeringen, gericht op geld, anderzijds. Gebrek aan meetinstrumenten op het sociale vlak maken het nog ingewikkelder.
  • Gebrek aan mogelijkheden voor grote investeringen, waardoor ook niet tegemoet gekomen kan worden aan de vraag naar return van de investeerders.

We staan dus nu op een kruispunt en de vraag is welke kant het opgaat. Als het aan de mensen in de zaal ligt, mag duidelijk zijn wat die kant is. En binnen welke termijn, bij voorkeur binnen 5 jaar. Maar Freireich, gerenommeerd onderzoekster, is minder optimistisch. Het duurt volgens haar minstens 10 jaar eer er een sprake is van een goede markt. Dan moet er zeker aan een aantal voorwaarden voldaan worden, zo hield ze het gehoor voor:

picture-2

  • Ontwikkel efficiënte bemiddeling
  • Ontwikkel een goede infrastructuur
  • Zorg dat er grote projecten zijn om in te investeren

Freireich schetste een aantal initiatieven die volgens haar de zaak kunnen versnellen – of in ieder geval ten goede kunnen komen.

  • Creëer fondsen die een voorbeeldfunctie hebben. Deze grote fondsen kunnen laten zien hoe je grote maatschappelijke en milieuproblemen oplost terwijl er ook rendement is – en omgekeerd. Ze kunnen daardoor ook andere investeerders en ideeën aantrekken.
  • Laat sociale investeerders in sommige gevallen de lead nemen, zodat er al echt iets neergezet is, waarna de meer op financiële return gerichte investeerders kunnen instappen. Andersom heeft geen zin, omdat investeren in sociale ondernemingen riskant kan zijn.
  • Ontwikkel goede meetmethodes voor de impact van sociale ondernemingen. Zo kun je de impact van een investering helder maken, dat zal anderen aantrekken dat ook te gaan doen.
  • Ontwikkel specifiek beleid, dat erop gericht is om investeerders te stimuleren om te investeren voor impact. Via allerlei incentives bijvoorbeeld.
  • Ontwikkel een ‘ impact investing’ network. Om echt tot bloei komen is het van groot belang dat er een netwerk komt waarin en waarmee sociale ondernemingen elkaar kunnen ontmoeten, tools kunnen ontwikkelen, een infrastructuur kunnen maken en dat een pleitbezorger is van en voor sociale ondernemingen.

En als dat allemaal lukt, dan zijn er 3 soorten investeerders voor impact.

monitor-instituut

  • Impact-first investeerders die de impact op sociaal of milieugebied willen optimaliseren, met een lage financiële return. Hun belangrijkste doel is die maatschappelijke impact, ze zijn minder gericht op financiële return.
  • Financial-first investeerders, voor wie de financiële return voorop staat en die een zekere maatschappelijke impact willen bereiken. Deze investeerders zijn op zoek naar een marktconform financieel return terwijl ze ook –een beetje- maatschappelijke impact hebben. Vaak investeren ze in cleantech-bedrijven. Of in fondsen die belastingtechnisch aantrekkelijk zijn.
  • Yin-Yang deals. Deals die én social impact én financieel return combineren. Deze vorm van investeren is voor die zaken waarbij de ene investering niet kan plaatsvinden zonder de andere maar die allebei wel heel verschillende eisen kennen.

Volgens Freireich zijn al deze 3 soorten investeerders goed voor ‘investing for impact’. Haar verhaal maakt in ieder geval wel duidelijk dat – ondanks de crisis- er een lange weg te gaan is.


March 30, 2009   3 Comments