Sociaal ondernemerschap een stap verder? deel II
Dinsdag kon je deel I lezen over hoe sociaal ondernemerschap een belangrijke stap verder kan maken. Een kleine 20 organisaties bogen zich over de vraag: Wat kunnen wij als organisaties doen om die belemmeringen te verminderen? Steeds meer mensen, immers, nemen zelf initiatief om een maatschappelijk vraagstuk op te lossen en doen dit op een ondernemende manier. Ze lopen daarbij tegen allerlei belemmeringen aan die zij individueel niet kunnen veranderen. Deze post is deel II over de belemmeringen.
- Niet iedereen is ondernemer of kan het worden
Een grote groep mensen die met een voorstel bij fondsen/financiers komt, heeft geen of onvoldoende ondernemerscapaciteiten. Dat uit zich bijvoorbeeld in onvoldoende uitgewerkte businessplannen. Een deel van deze mensen kan het –met begeleiding- wel leren. Dan gaat het om cursussen en opleidingen voor startende sociaal ondernemers zoals de KvK of Triodos Facet ze organiseert, om begeleiding bij het ontwikkelen van ondernemerschapkwaliteiten, het ontwikkelen van coachingprogramma’s zoals het Oranje Fonds doet met het Groeiprogramma.
Het betekent ook dat je mensen moet afraden om ondernemer te worden als blijkt dat mensen ze het echt niet in zich hebben. - Sociaal ondernemers hebben een veilige plek is nodig
Sociaal ondernemen is een nieuwe professie. Goede plekken waar ondernemers ervaringen en kennis kunnen delen, en experimenteren zijn nodig. The Hub in Rotterdam en Amsterdam zijn daar voorbeelden van, meer zou goed zijn. - Het huidige instrumentarium (financieel en organisatorisch) voor het stimuleren van maatschappelijke ontwikkeling is onvoldoende afgestemd op nieuwe organisatievormen
Sociaal ondernemers belanden vaak in een soort ‘catch 22’- situatie situatie. Om hun bedrijf op te starten is vaak subsidie nodig omdat er niet of nauwelijks andere financiering is dan subsidie. Maar om subsidie te ontvangen moet je in de meeste gevallen een stichting zijn. Echt ondernemen wordt daardoor bepaald niet makkelijk gemaakt, zo niet onmogelijk. Heel vaak is het ook nog zo dat die subsidie niet als startersubsidie gebruikt mag worden. Er moet dus een tussenvorm komen. Een “maatschappelijke onderneming”die in aanmerking kan komen voor subsidie, maar wel als onderneming is opgezet. Inmiddels is er een wetsvoorstel waarin de maatschappelijke onderneming als rechtsvorm is vastgelegd (vooral bedoeld voor organisaties in de publieke sector zoals ziekenhuizen & woningbouwcorporaties).Andere vormen van financiering zijn ook nodig. Sociale ondernemingen kunnen weliswaar op dezelfde gronden gefinancierd worden als ‘gewone’ ondernemingen, maar financiers zouden genoegen moeten nemen met een langere terugverdientijd, een hoger sociaal rendement en/of een lager financieel rendement. Hier en daar wordt er al wel geëxperimenteerd. Het voorbeeld van Den Haag Centraal waarbij Fonds 1818 garant staat voor een lening van ASN bank is mooi. Combinaties van geven en lenen behoort ook tot die mogelijkheden. Dat zou op grotere schaal door de overheid en fondsen kunnen worden opgepakt. Andere mogelijkheden: peer to peer financiering, venture philanthropy, seedfunding & microkredieten voor sociaal ondernemers.
- Er is behoefte aan meer communicatie
Er is behoeft een meer informatie intern, dus voor sociaal ondernemers zelf, bijvoorbeeld over het maken van businessplannen , hoe “wordt je het”, wat zijn de mogelijkheden?. Ook belangrijk is dat er naar de buitenwereld toe wordt gecommuniceerd over sociaal ondernemerschap. Zolang de buitenwereld niet weet dat sociaal ondernemerschap bestaat en dat dat iets anders is dan MVO of MBO, zal er ook niets ontwikkeld worden. - Er is behoefte aan experimenten en het uitdragen daarvan
Om uit te vinden wat werkt, wat de belemmeringen opheft en aansluit bij wat sociaal ondernemers nodig hebben en wensen, zijn er experimenten en pilots nodig. De komende maanden gaan we aan de slag met een aantal concrete experimenten.
Daarover lees je volgende week meer.
We zijn erg benieuwd of je nog meer belemmeringen kent. Heb je praktijkgevallen waarbij je een barrière hebt opgelost? Of tips voor andere oplossingen? Geef je commentaar.
February 4, 2010 7 Comments
Sociaal ondernemerschap een stap verder?
Wat heeft sociaal ondernemerschap nodig om een volgende stap te maken? Die vraag stond onlangs centraal tijdens een bijeenkomst georganiseerd door SSO en Greenwish. De reden voor die bijeenkomst: steeds meer mensen nemen zelf initiatief om een maatschappelijk vraagstuk op te lossen en doen dit op een ondernemende manier. Ze lopen daarbij tegen allerlei belemmeringen aan die zij individueel niet kunnen veranderen. Wat kunnen wij als organisaties doen om die belemmeringen te verminderen? Vertegenwoordigers van ongeveer 20 organisaties, allemaal op een of andere manier verbonden met sociaal ondernemerschap: financiers, overheden, ondersteuners, netwerken en platforms, stortten zich één ochtend lang op die centrale vraag en kwamen met 8 gebieden die een stap voorwaarts in de weg staan. En uiteraard met mogelijkheden om die belemmeringen weg te nemen. In deze post vandaag het eerste deel in een serie van drie: 4 belemmeringen. Donderdag volgt in deel 2 nog een opsomming van belemmeringen. Komende maandag in deel 3 ga ik in op mogelijke richtingen voor oplossingen.
Belemmeringen
- Het begrip sociaal ondernemerschap roept verwarring op
Sociaal ondernemerschap is een relatief onbekend begrip, voor je het weet beland je in een definitiekwestie. Tijdens de bijeenkomst werd ook duidelijk dat financiers/investeerders elkaars taal onvoldoende spreken. Ze gebruiken letterlijk andere woorden om eenzelfde begrip te omschrijven. - Wij zijn niet gewend om maatschappelijke impact te kapitaliseren
Een sociale onderneming moet je ook echt als onderneming benaderen. Dat betekent dat niet alleen dat je een businessplan moet opstellen maar dat je bij het maken daarvan ook je maatschappelijke impact moet berekenen. Je moet, met andere woorden de sociale verandering die je beoogd, kapitaliseren. - Huidige financiering voor maatschappelijke problemen
Maatschappelijke problemen worden nu nog óf door de overheid ‘opgelost’ óf door maatschappelijke organisaties die door de overheid gesubsidieerd worden. Tegenwoordig lossen steeds vaker ook sociale ondernemingen die problemen op. Daar zou de overheid op een andere manier dan via subsidies oog voor moeten hebben. Bv via outsourcen. Of via co-financiering. Als een sociale onderneming kan aantonen wat de sociale impact is van die onderneming – en dus wat het de samenleving oplevert- kan ze met die gegevens in de hand naar de overheid stappen om over co-financiering te praten. - Ondernemend denken wordt in Nederland onvoldoende gestimuleerd
Het onderwijs in Nederland leidt mensen op tot onderzoeker, wetenschapper of werknemer, maar niet tot ondernemer. In opleidingen op alle niveaus wordt onvoldoende aandacht besteed aan ondernemerschap in het algemeen en aan sociaal ondernemerschap in het bijzonder. Gebrek aan kennis leidt tot zwakkere businessplannen. Én tot een gebrekkige beoordeling van businessplannen omdat ook financiers vaak de nodige kennis ontberen om een sociaal ondernemersplan goed te kunnen beoordelen.
Bij sociaal ondernemers en bij ondersteunende organisaties is er ook de behoefte om de bestaande kennis te delen.
Herkennen jullie je in deze belemmeringen? Hebben jullie daar voorbeelden van? Andere belemmeringen wellicht? Zelf al oplossingen gevonden voor barrières? Geef je commentaar.
February 2, 2010 4 Comments
Toptrend 1: creatieve financiering
Een van de belangrijkste trends in 2010 voor sociaal ondernemerschap is creatieve financiering. En dan niet in de zin dat je door de mazen van de wet kruipt om net niet illegaal aan geld te komen, maar –heel eenvoudig- nieuwe creatieve manieren van financiering voor sociaal ondernemers.
Het afgelopen jaar hebben we gezien dat sociaal ondernemerschap steeds belangrijker wordt. Allerlei crises waren –en zijn- een indicatie daarvoor. We vinden het in Nederland ook steeds normaler dat je als ondernemer een dubbele doelstelling hebt: én goed doen én geld verdienen, dat je dan weer aanwendt om je missie te vervullen. Bovendien trekt de overheid zich steeds meer terug uit allerlei sectoren, dus sociaal ondernemerschap móet wel een grote vlucht nemen willen sociale problemen opgelost worden.
Subsidie versus innovatie
Bij al die ontwikkelingen blijft tot nu toe echter financiering achter. Je kunt de aloude route van subsidies en donaties kiezen. Maar daar zitten haken en ogen aan, los van de terugtrekkende overheid. Sociaal ondernemers zien zichzelf als gewone ondernemers, en willen ook zo behandeld worden. Ook door financiers. Luister maar eens naar de opmerkingen van Bart Lacroix van de 1%CLUB en Ineke Aquarius van Butterflyworks. Behalve dat het een ongewenste afhankelijkheid creëert, slaat subsidie vaak creativiteit en dus innovatie dood.
‘Klassieke’ financiering of investeringen in sociale ondernemingen is ook lastig want het zijn ondernemers met een dubbel doel: ze wenden hun winst aan om het sociale probleem op te lossen en dat betekent dat ze minder geld hebben om hun financier terug te betalen.
Creatieve financiering
Een van de belangrijkste trends van dit jaar zal dan ook creatieve financiering zijn. In de tweede helft van 2009 zag je daar al wat voorbeelden van. Venture philantrophy (vp) zal ook in Nederland meer voet aan de grond krijgen. Kort gezegd houdt vp in dat je als sociaal ondernemer financiering ontvangt, dat de financier samen met jou beleid ontwikkelt en dat de financier niet alleen een (lager) financieel return on investment verwacht maar ook een social return on investment.
Tijdens een driedaags congres voor familiebedrijven van het Family Bussiness Network was een hele dag gewijd aan sociaal ondernemerschap. Veel congresgangers hebben met grote belangstelling die dag gevolgd. En laat me je verzekeren, de meeste eigenaren van een familiebedrijf hoeven niet op een houtje te bijten.
Seedfunding
Natuurlijk, klagen omdat je geen geld krijgt voor slechts een ideetje is niet de bedoeling. Als sociaal ondernemer zul je echt eerst een goed plan moeten hebben. Maar als je dat wel hebt, is het vinden van kapitaal nog niet eenvoudig. Je hebt geen trackrecord, en vooral: sociaal ondernemerschap is nog zo jong. En dus onbekend. Seedfunding kan daarom uitkomst bieden. Kort gezegd is dat financiering voor een heel jonge onderneming, meestal niet ouder dan een jaar, om (vaak) het eerste produkt of de organisatie zelf verder te ontwikkelen en op de markt te brengen. Voor sociaal ondernemers is dat er nog niet of nauwelijks en zal dit jaar, zij het op bescheiden schaal, een trend worden in Nederland.
Superstar investing
Daarnaast las ik onlangs over nog een creatieve vorm van financieren: het personal investment contract. Je investeert niet in onderneming maar je investeert een bedrag in een persoon, een bedrag met een paar nullen wel te verstaan . Investing in superstars, noemt bedenker Rafe Furst dat. Die superstar, die zelf mag weten wat z/hij doet, betaalt jou jaarlijks een bepaald percentage van zijn/haar inkomen terug. Voor sociaal ondernemers berekent Furst bijvoorbeeld 5%. En je kunt je contract afkopen, voor een aantal maal het bedrag dat in jou geïnvesteerd is. Ook dat hangt weer af van het soort beroep/werk dat je doet. En dat wordt allemaal vastgelegd in een contract, het personal investment contract.
Lijkt me een hele creatieve manier om aan geld te komen. Al heeft dit idee ook al veel weerstand ontmoet. Sommigen noemden het zelfs slavernij. Of deze vorm van investeren een grote vlucht zal nemen weet ik niet. Het laat je in ieder geval wel anders kijken naar financiering. En daar komen vaak weer creatieve ideeën uit voort.
January 7, 2010 3 Comments
Over stichtingen, ondernemingen, subsidie en ander geld
Afgelopen week mocht ik als directeur van Stichting Sociaal Ondernemerschap (SSO) een inleidend praatje houden op de dag van de sociaal ondernemers tijdens het Family Business Network (FBN) congres. Voor jullie die het niet weten: FBN is een internationaal netwerk van zo’n 600 familiebedrijven. Met sociaal ondernemerschap heeft slechts een heel klein deel te maken.
De insteek van mijn verhaal was: heeft Nederland überhaupt een organisatie nodig die sociaal ondernemerschap promoot en sociaal ondernemers helpt duurzaam (in financiële en ondernemende zin van het woord) te zijn. Mijn antwoord was – en dat zal je nauwelijks verbazen- ja.
Belangrijk onderdeel van mijn verhaal ging over de catch 22-situatie waarin sociaal ondernemers zich bevinden als het gaat om financiering. En die onontwarbare knoop ontstaat omdat er geen goede ondernemersvorm is waarmee sociaal ondernemers zich bij de Kamer van Koophandel kunnen inschrijven. Je kunt je óf inschrijven als stichting óf als ondernemer – als ZZP’er, VOF, BV- maar niet als sociaal ondernemer.
Schrijf je je in als ondernemer, dan kun je in ieder geval niet of nauwelijks subsidie krijgen, want subsidie is vrijwel alleen voorbehouden aan stichtingen en die mogen geen winst maken. Schrijf je je in als stichting, dan kun je wel subsidie krijgen, maar dan mag je dus geen winst maken. Terwijl je als sociaal ondernemer nu net je winst nodig hebt om dat sociaal probleem op te lossen, waarvoor jij jouw organisatie hebt opgericht. Ik zei het al: catch 22.
Is er een uitweg? Jawel, want er zijn natuurlijk sociaal ondernemers die het heel goed doen. Schrijf je bv niet in als stichting maar als onderneming. Maak een goed businessmodel, dan ben je al een eind op weg. Dat kun je laten zien aan je financiers. Zoek daarbij vooral naar financiers die met een lagere return on investment genoegen nemen en (veel) belang hechten aan social return on investment.
Alexander Osterwalder heeft afgelopen week een boek gepubliceerd over businessmodellen. Al eerder kon je in dit blog lezen over een businesmodel van hem voor sociale ondernemingen. Dat was een slideshare, zonder echte uitleg. In deze preview van het boek, staat uitgebreider beschreven hoe je een aantal onderdelen kunt aanpakken.
October 5, 2009 2 Comments
NGO’s en bedrijfsleven moeten samen sociaal probleem oplossen
Onder de titel Social Capital Day staat woensdag 13 mei tijdens European SMEweek maatschappelijk verantwoord ondernemen, sociale innovatie, en nieuwe vormen van ontwikkelingssamenwerking centraal. Vooral de positie van NGO’s wordt onder de loep genomen, zo blijkt uit het programma en uit de discussie die gevoerd wordt op Linkedin onder de verschillende sprekers.
Zitvlees
Social Civic entrepreneur Cor Mouwes gooit, zoals hij het zelf zegt, de knuppel in het hoenderhok. Volgens hem is het tijd voor herijking van de huidige NGO’s. Er is teveel zitvlees gekweekt en er zijn meer dan incidenteel negatieve berichten naar buiten gekomen. Zijn stelling is dat er Sociaal Maatschappelijke Ondernemingen gaan ontstaan die deels de rol van de NGO’s gaan overnemen.

Mouwes heeft naar mijn idee voor een deel gelijk. Zeker waar het het zitvlees betreft. Off the record- want stel je voor dat het hardop gezegd wordt – zeggen verschillende NGO’s dat ze in ieder geval zelf willen blijven bestaan.
Wat betreft sociaal maatschappelijke ondernemingen is er goed nieuws voor Mouwes: die zijn er al. Juist die zagen langzaam maar zeker en terecht aan de stoelpoten van bestaande NGO’s. Deze ondernemingen maken duidelijk dat je een sociaal probleem heel goed anders kunt oplossen dan met behulp van subsidies van de overheid. Veel beter misschien wel. Een sociale onderneming kijkt namelijk naar de markt en de problemen, behoeftes of vragen die daar leven. NGO’s kijken naar de wensen van de subsidiegever en hoe ze daaraan kunnen beantwoorden. En dat vergroot de kans dat je met je rug naar de markt staat.
Markt vs subsidie
Daardoor krijg je situaties zoals vandaag in de Volkskrant geschetst wordt over Kanaleneiland. Letterlijk staat daar: ‘Als bijvoorbeeld een groep vrouwen in de wijk een vrouwencentrum wil beginnen, krijgen ze bijna 3 ton van het ministerie van VROM uit het potje ‘Ruimte voor Contact’. Maat wat zo’n moeizaam lopend centrum bijdraagt aan de verbetering van de wijk, is de vraag. (…) “Ik zie geen verschil met hoe de wijk vijf jaar geleden was”, zegt Heinz Schiller onomwonden. Hij is directeur van Doenja, de welzijnsorganisatie van Kanaleneiland.’
Het verhaal schetst een onthutsend beeld van goede bedoelingen die heel veel geld hebben gekost en niets hebben opgeleverd. Reden: er wordt niet naar de markt gekeken, maar naar wat subsidiegevers in hun jaarplan hebben staan.
cartoon: Ronald Oudman / CC BY-NC-ND 3.0
Sponsoring?
Overigens zullen niet alleen NGO’s zich moeten bezinnen. Ook het bedrijfsleven zal dat moeten doen. De samenwerking met NGO’s zoals die nu veelal plaatsvindt, verandert aan de huidige positie van de NGO’s niet zoveel. Het is in feite sponsoring wat het bedrijfsleven doet, en dat bevestigt alleen maar de status quo. Het bedrijfsleven zou NGO’s veel meer moeten helpen om op een ondernemende manier de problemen op te lossen. Samen kijken naar een probleem: NGO’s vanuit hun missie, bedrijven vanuit ondernemersperspectief en op die manier een oplossing vinden.
Zoals Jolein Baidenmann het zegt: Ondernemerschap stimuleert denken en creativiteit. Het moedigt ambitie aan, beter willen zijn en tegelijkertijd samenwerking. Want samen ben je sterker en groter.
Bestaande modellen en theorieën zijn daarbij startpunt en geen einduitkomst waaruit gekozen moet worden om een oplossing te bedenken. Roger Martin van de Rotman School of Management van de Universiteit van Toronto gaf dat eerder aan tijdens de opening van het Skoll World Forum on Social Entrepreneurship, het grootste congres ter wereld over sociaal ondernemerschap.
(Voor wie deze lezing wil horen en zien, hier kun je alle video’s zien van het congres zien, klik op de eerste video, ‘open plenary’ voor de lezing van Roger Martin)
Investeerders zouden ook anders naar hun rol kunnen gaan kijken. Niet langer zal alleen financieel rendement doorslaggevend moeten zijn, ook sociaal rendement zal een rol moeten gaan spelen.
Er is, kortom, nogal wat werk aan de winkel. Gelukkig werkt het huidige tijdsgewricht mee; langzaam maar zeker zien steeds meer mensen in dat de weg waarop we nu bezig zijn een heilloze is en dat er dus het een en ander moet veranderen.
Hier vind je het hele programma voor die dag en kun je je aanmelden als je erbij wil zijn, toegang is gratis.
May 11, 2009 No Comments