Nederlander wil weten wat er met z’n donaties gebeurt
Duidelijkheid over het gebruik van de donatie is voor bijna de helft van de Nederlanders, 46%, de belangrijkste overweging bij het steunen van een ontwikkelingsorganisatie. Hiermee weegt het voor de meeste mensen zwaarder dan de reputatie van de ontwikkelingsorganisatie, 39%. Dit blijkt uit een onderzoek van Ruigrok | Netpanel, uitgevoerd in opdracht van de 1%CLUB.
Bijna de helft van de Nederlanders zegt geld te doneren aan ontwikkelingsorganisaties. Toch blijven Nederlanders kritisch ten opzichte van ontwikkelingsorganisaties. Voorheen was de reputatie van een organisatie voldoende om het vertrouwen te krijgen (trust me). Nu willen mensen horen wat er met hun donatie gebeurt (tell me) en zien wat ermee bereikt wordt (show me).
Ook willen Nederlanders steeds vaker actief betrokken worden bij ontwikkelingssamenwerking (involve me). Op dit moment zegt slechts 7% van de mensen bij te dragen aan ontwikkelingssamenwerking door iets te doen. Terwijl maar liefst 28% van de mensen juist het liefst zou willen bijdragen door actief betrokken te worden.
Nederlanders zijn verdeeld over het nut van ontwikkelingssamenwerking. Terwijl 39% van de Nederlanders van mening is dat ontwikkelingssamenwerking de situatie verbetert, denkt 36% van de mensen dat ontwikkelingssamenwerking geen effect heeft. En 12% van de mensen denkt dat de situatie in ontwikkelingslanden er zelfs door verslechtert.
Uit het onderzoek blijkt dat de helft van de Nederlanders bekend is met de Millenniumdoelstellingen. Dit zijn acht concrete doelen die in het jaar 2000 zijn ondertekend door 189 regeringsleiders om vóór 2015 armoede, ziekte en honger terug te dringen.
Aan het onderzoek, dat werd uitgevoerd door Ruigrok | Netpanel, hebben 647 mannen en vrouwen tussen de 18 en ouder meegedaan. De steekproef is representatief op geslacht, leeftijd en opleiding. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de 1%CLUB, een online marktplaats die ontwikkelingsprojecten koppelt aan mensen, geld en kennis. Hier kun je het volledige onderzoek lezen.
May 26, 2010 No Comments
Toptrend 2: meer social media voor social causes
Het zal nauwelijks verbazing wekken dat ik social media zie als een van de belangrijkste trends voor komend jaar. Afgelopen jaar heb je met enige regelmaat posts kunnen lezen over het nut van social media voor sociaal ondernemers. Amy Sampleward verwoordde het in een interview goed toen ze zei dat deze middelen sociaal ondernemers in staat stellen om met gelijken over de hele wereld in contact te komen waardoor ze ideeën kunnen uitwisselen en opdoen, zich samen inzetten voor een social cause of simpelweg zich minder alleen voelen. Ook niet onbelangrijk.
Afgelopen jaar heeft in Nederland vooral het online doneren een vlucht genomen. Social media springen op dat punt vooral in op wensen van donateurs: kleine projecten, zelf bepalen waar je geld naar toe gaat, en zelf kunnen zien hoe ver het staat met jouw project.
Draagvlak
Maar met social media kan zoveel meer. Fairfood is een voorloper op dat gebied. Via allerlei social media probeert de organisatie draagvlak te creëren voor eerlijk voedsel om zo armoede te bestrijden. Zo lanceerde ze afgelopen jaar 2 campagnes: playitfair, waarbij Fairfood via Facebook consumenten duidelijk wil maken dat ze door produkten wel of juist niet te kopen armoede kunnen bestrijden; en Fair Flavours, een campagne die wil aantonen dat je met duurzame produkten thuis de lekkerste maaltijden kunt maken.
Gezien het grote aantal Nederlanders die onder meer op Facebook en Hyves zitten, zullen dit soort acties zeker toenemen. Zeker ook omdat een groot draagvlak het bestaansrecht van social causes rechtvaardigt.
Actie
Social media kunnen ook aanzetten tot actie. Treemagotchi is daar een bekend voorbeeld van. Via Treemagotchi kun je allerlei groene acties ondernemen, jouw boom laten groeien en zelfs prijzen winnen. Gezien de response een nieuwe, heel geslaagde combinatie van ondernemersstrategieën, theoriën uit de psychologie en -uiteraard- social media. Dit jaar lanceert Treemagotchi haar tweede boom en gaat ze internationaal.
Andere voorbeelden van hoe social media kunnen aanzetten tot actie zijn bv de aandacht via Twitter voor de situatie in Iran na de verkiezingen.
Ushahidi is een open source platform dat iedereen kan gebruiken. Via sms, email of internet kan data verzameld worden over een cirissituatie. Die informatie wordt –onder meer- via Google Maps getoond. Zo kun je altijd zien waar er crises zijn. Ushahidi is ontstaan na de verkiezingen in Kenia, begin 2008, in samenwerking met burgerjournalisten om duidelijk te maken waar onlusten plaatsvonden.
Witness.org is een organisatie die via videofilmpjes schendingen van mensenrechen overal ter wereld aan de kaak wil stellen. Met de komst van Youtube wordt dat steeds makkelijker.
Een paar voorbeelden van succesvolle toepassingen van social media als actiemiddel. Omdat steeds meer mensen online zijn en omdat social media niet voorbehouden zijn aan mensen of organisaties met veel geld –het kost vooral veel tijd-, zullen ze dit jaar steeds meer en vaker ingezet worden.
Raad en daad
Naast draagvlak kunnen social media ook ingezet worden om vrijwilligers te vinden, zoals de 1%CLUB sinds dit najaar ook doet: 1%DOEN. Projecten kunnen aangeven welke taken er te doen zijn, 1%LEDEN kunnen die op zich nemen. Omgekeerd kunnen 1%LEDEN aangeven waar ze 1% van hun tijd aan willen besteden en daar kunnen projecten dan weer gebruik van maken.
Nabuur.com is al een aantal jaar bezig als online platform waar over en weer mensen in rijke landen advies uitwisselen met
mensen in opkomende landen. Of zoals Nabuur op het haar site verwoordt: ‘Connected through Nabuur.com, Neighbours (online volunteers) and Villages (local communities) learn about each other, share ideas and find solutions to local issues.’
Ander voorbeeld is akvo.org, een online platform voor donateurs en vrijwilligers voor water- en sanitatieprojecten. Niet alleen kun je –dus- geld doneren en het project dat je steunt helemaal online volgen, je kunt ook je expertise inzetten via de wikipedia die Akvo heeft opgezet: de Akvopedia. Iedereen kan daarvan editor worden en bruikbare info toevoegen.
Leren via social media kan ook. Butterflyworks heeft al verschillende programma’s opgezet om in opkomende markten via digital learning mensen een stapje verder te brengen.
De woorden van Koningin Beatrix ten spijt zullen social media dit jaar dus een heel belangrijke trend worden voor sociaal ondernemers. Bovenstaande voorbeelden zullen ongetwijfeld navolging vinden en sociaal ondernemers zullen, creatief als ze zijn, nog veel meer mogelijkheden ontdekken.
January 11, 2010 6 Comments
Twitter-tips voor social causes van Twitter-oprichter Jack Dorsey
Nog een knappe dag en de 24 UUR ACTIE van de 1%CLUB zit erop. Doel: 24 projecten via online netwerken – en dan vooral via Twitter, ’volstorten’. Of te wel: voldoende geld ophalen voor 24 projecten zodat die uitgevoerd kunnen worden. Twitteren voor een goede zaak dus.
Als je vandaag op de hoogte wil blijven, volg @1procentclub #1p24.
Wellicht hebben alle twitteraars in den lande en zenuwcentrum Seats2Meet in Utrecht iets hebben aan de tips van Twitter-mede-oprichter Jack Dorsey. In een interview met Huffingtonpost sprak hij dit voorjaar over de kansen die Twitter social causes biedt. Een paar belangrijke punten:
- Het gaat niet om de kwantiteit maar om de kwaliteit. Focus op content is dus belangrijk. De boodschap moet simpel, direct en echt zijn.
- Gebruik de beperkingen van Twitter. Die korte berichten van max 140 tekens passen juist goed in een samenleving waar de attentionspan niet veel meer bedraagt dan die 140 karakters.
- Doordat het maar korte berichtjes zijn, kun je vaker info over een onderwerp versturen. In good old reclametermen (niet alles daarvan hoeft bij het grof vuil) heet het dan dat je veel contactmomenten hebt. En hoe meer contactmomenten, hoe hoger de awareness – weer zo’n klassieke term.
Nog een paar losse, niet twittergelinkte, maar daarom niet minder interessante opmerkingen:
- We moeten meer gebruik maken van mobieltjes en SMS’en om het gat te dichten met mensen en landen die niet of nauwelijks toegang hebben tot internet en electriciteit (al geeft Dorsey geen oplossing voor het probleem wat te doen als batterij van je mobiel opgeladen moet worden), zodat we ook op die manier wereldproblemen kunnen oplossen.
- Ga reizen; niet rond de wereld maar in je eigen omgeving. Met de bus, te voet, op de fiets. Je zult verbaasd staan over hoeveel zaken je aantreft die heel erg aan innovatie toe zijn.
December 17, 2009 No Comments
Daarom: doen
Sinds maandag 7 december zijn 192 landen bij elkaar in Denemarken voor de VN Klimaattop. In deze laatste week komt het er echt op aan: wordt er een akkoord gesloten of toch niet. De voortekenen zijn niet hoopgevend. Gelukkig zijn er heel veel mensen die het goede voorbeeld geven en gewoon iets gaan doen. Iets wat zij kunnen, wat binnen hun mogelijkheden ligt en wat een bijdrage levert aan een beter klimaat. Deze week zie je daar een paar voorbeelden van.
Daarom: doen

Het klimaat houdt niet op bij de grenzen. Alles wat er in opkomende markten – of zo je wil ontwikkelingslanden gebeurt- heeft gevolgen hier. In Kopenhagen vechten ze er deze week over. En dat ziet er allerminst vrolijk uit. Dan maar zelf aan de slag dus. Via een actie van de 1%CLUB. Op 16 en 17 december zet online Nederland zich 24 uur in voor ontwikkelingssamenwerking. De 1%CLUB organiseert dan de eerste landelijke 24 UUR ACTIE. Ten minste 24 promotors met een sterk online netwerk worden uitgenodigd om in slechts 24 uur minstens 24 projecten van de 1%CLUB te realiseren.
De 24 UUR ACTIE speelt zich volledig online af. 1%CLUB mede-oprichter Bart Lacroix: “we willen voor één dag bewijzen dat we niet alleen Twitteren over koffie maar online netwerken als Twitter en Hyves ook kunnen inzetten voor ontwikkelingssamenwerking”.
Datum: 16 december vanaf 19.00 tot 17 december 19.00 uur
De promotors worden op 16 december bekend gemaakt
Twitter: @1procentclub #1p24
December 16, 2009 No Comments
Nobody said it was easy…Bart Lacroix: ‘Wij willen waarde toevoegen voor onze projecten’
Sociaal ondernemen is hot. Maar daarmee nog niet altijd heel eenvoudig. Want juist omdat het zo nieuw is, lopen sociaal ondernemers tegen veel problemen aan. In deze rubriek ‘Nobody said it was easy…’ belichten sociaal ondernemers één van hun uitdagingen. Aflevering 1: Bart Lacroix van de 1%CLUB.
Bart Lacroix is een van de oprichters van de 1%CLUB, de eerste Nederlandse online marktplaats voor kleinschalige projecten in ontwikkelingshulp. Hij wil de 1%CLUB het liefst runnen als een sociale onderneming maar ‘omdat wij nog subsidie nodig hebben om ons model draaiende te houden, worden wij uiteindelijk afgerekend op hoe goed wij zijn in het subsidie aanvragen en het verantwoorden van die gelden.’
‘Net als de bakker zich wil toeleggen op het toevoegen van waarde aan zijn broodjes, zo willen wij ons toeleggen op het toevoegen van waarden voor onze project-eigenaren. Als een bakker zich de heel dag druk moet maken om zijn financiering, bakt hij ook geen lekkere broodjes. Dat geldt voor ons dus ook.
Dat is tegelijkertijd de spagaat waarin wij zitten. Wij hebben geld nodig om onze organisatie draaiende te houden, en omdat we nog niet zelfvoorzienend zijn, zijn we afhankelijk van subsidies of private investeringen. Uiteindelijk worden wij dus afgerekend op hoe goed wij subsidie of financiering kunnen aanvragen en het verantwoorden van die gelden.
Kiva vraagt aan haar beleners hoeveel geld ze overhebben voor de diensten van Kiva. Dat is 80% van haar inkomstenstroom. Het is ook wel logisch dat dat bij Kiva zo werkt. Je investeert 100 euro en die krijg je ook terug. Dus mensen zijn veel sneller bereid voor die dienst te betalen.
Bij ons komt dat bovenop de donatie die iemand doet. We rekenen
wel een fee: 1% van particulieren en 5% van bedrijven. Maar wil je daar echt inkomsten van hebben, dan zul je veel donateurs moeten hebben.
Wij zijn nu aan het onderzoeken hoe we een ander verdienmodel kunnen hanteren dan die subsidies. Je zou bijvoorbeeld project-eigenaren kunnen laten betalen voor onze
diensten. Gaan we natuurlijk eerst aan ze voorleggen want het kan supergevoelig liggen. We bekijken ook of we onze software als white label kunnen aanbieden aan bedrijven die zelf intern of als klantenbinding een soort online marktplaats voor kleinschalige projecten willen opzetten.
Maar het blijft een uitdaging. Ook al willen we het niet, op dit moment is het gemakkelijker subsidie binnen te slepen dan om geld te verdienen met onze diensten.’
September 24, 2009 4 Comments