Vandaag stemmen we. Of althans een klein deel van de Nederlandse bevolking neemt de moeite om paspoort – of ander identiteitsbewijs- te zoeken en stemkaart ergens vandaan te vissen om naar een stembureau te gaan om van een democratisch recht gebruik te maken.
Nee, dit gaat geen stemadvies worden, meer een overweging. Voor als je toch mocht besluiten die gang te maken. Hoewel het verkiezingen zijn voor de Provinciale Staten, is het indirect een eerste echte peiling hoe Nederland denkt over de huidige regering.
Mijn allergrootste bezwaar tegen deze huidige coalitie is dat ze zonder enig theoretisch kader rücksichtslos bezuinigen. De twee verklaringen die gegeven worden zijn: ‘het moet nu eindelijk eens ophouden met die linkse hobby’s’ (vooral de PVV) en ‘de zelfredzaamheid van de burger spreken we zo weer aan’ (motivatie van VVD en CDA).
Aan het argument linkse hobby’s wil ik niet al te veel tijd verspillen. Het is eerder links bashen door permanent ontevreden mensen die ervan overtuigd zijn dat iedereen behalve zijzelf verantwoordelijk is voor hun geluk.
Het tweede argument is veel gevaarlijker, want het klink best redelijk. Tuurlijk, de overheid is niet verantwoordelijk voor je geluk, dat ben je zelf. En ik heb vaker dan eens –oprecht- geroepen dat deze regering het beste is wat sociaal ondernemerschap kan overkomen. Door de terugtredende overheid worden we namelijk gedwongen zelf oplossingen te zoeken. Maar door zomaar, zonder perspectief, zonder begeleiding of faciliteiten het mes te zetten in uitgaven wordt veel kapot gemaakt. En het kost waarschijnlijk veel meer om die structuren daarna weer op te bouwen. ‘Als je een hond die nog nooit buiten is geweest, zomaar de straat op stuurt, loopt die onder de bus’, zou mijn vader fijntjes de vergelijking trekken.
Geen politieke toekomstvisie
Het ontbreekt de huidige coalitie ten ene male aan een duurzame toekomstvisie en een strategie daarnaar toe. Het is terug naar af en, in het geval van het CDA, hebben wat we houden want dat is altijd beter dan wat in het verschiet ligt.
Gebrek aan werkelijk innovatief inzicht is trouwens niet alleen voorbehouden aan de regerings- en gedoogpartijen. Vrijwel alle politieke partijen denken nog in ouderwetse termen van links en rechts. En dat station zijn we al lang gepasseerd. Luister maar eens naar Herman Wijffels die onder meer in Buitenhof in september vorig jaar al beschreef hoe de politiek moest hervormen. ‘De kern van ons politieke bestel is de reflectie van de vraagstukken van de vorige eeuw’, zegt Wijffels. ‘Dan gaat het over het maken en verdelen van de welvaart en hoe je dat laatste zo kunt doen dat het een emancipatorisch effect heeft. De laatste 10-15 jaar is een heel nieuwe set van vraagstukken opgekomen die dwars staat op die klassieke links-rechts as. Die verticale as gaat over sociaal-culturele vraagstukken zoals bv het vraagstuk van migratie en integratie maar ook het vraagstuk van duurzaamheid. Eigenlijk is
de vraag nu: hoe moeten we leven om in de 21e eeuw verdere kwaliteitsverbeteringen van ons leven mogelijk te maken zonder de aardse hulpbronnen te overbelasten en hoe kunnen we sociaal moderniseren in een vergrijzende context’, aldus Wijffels in Buitenhof.
En lees ook eens iets van of over Philip Blond, de bedenker van Big Society. De nickname van Blond is niet voor niets Red Tory, rechtse rooie. Hij heeft een theoretisch kader bedacht voor die nieuwe vraagstukken uit deze tijd. Je hoeft het er niet mee eens te zijn, maar het getuigt hoe dan ook van innovatief inzicht, van inzicht dat we moeten veranderen omdat het zo niet langer kan.
Grote vraag is nu dus: welke partij is het minst gericht op die oude set vraagstukken? Welke politieke partij toont wat dat betreft de meeste realiteitszin.
Overigens is het ook een eerste peiling over hoe de Nederlanders zelf denken hoe een ideale samenleving eruit moet zien. Over hun wens te veranderen. Of dat vrolijk stemt, vraag ik me ook af.
