verbetering door verandering

Random header image... Refresh for more!

De 20-1 regel voor presentaties

picture-94Gisteren was ik in Rotterdam, bij de Willem de Kooning Academie (WDKA), voor een presentatie over ons nieuwe tijdschrift QPQ. WDKA gaat meewerken aan een project van ons: sociaal ondernemen en marketing-communciatie. Waarover over een paar weken meer. Want dat is pas voor nr 2.
En daar gaat deze post ook niet over. Deze gaat over presenteren. Natuurlijk, daar heb ik het vaker over. Niet voor niets, want dat is heel belangrijk. Als jij je verhaal niet goed voor het voetlicht kunt brengen, dan is dat verdomde lastig.

Tijdens de voorbereiding voor mijn praatje voor de WDKA moest ik denken aan een uitspraak van Winston Churchill, die ik een keer ergens had gelezen. Voor iedere minuut speech had hij 1 uur voorbereiding nodig. Mijn praatje duurde zo’n 20 minuten. Reken maar uit hoeveel uur dat zou zijn geweest, veel meer dan het uurtje dat ik er nu aan kwijt was. Het scheelt natuurlijk wel dat ik heb verteld over een concept (van QPQ) dat ik zelf bedacht heb en over de samenwerking die ik ook bedacht heb. Daar zitten al wel heel veel uren in. Nu ben ik niet zo’n begenadigd redenaar als Churchill, de studenten waren in ieder geval razend enthousiast na mijn praatje. Mooi meegenomen toch?

Op allerlei blogs kom ik regelmatig tips tegen om goed te presenteren. Hieronder heb ik er een aantal bij elkaar gezet. Niet supernieuw, maar heel waardevol. Aan het eind een geweldige korte film. Over hoe je vooral niet moet presenteren. Ontdek welke regels er geschonden worden.

  • Voorbereiding
    De voorbereiding van je presentatie is een van de belangrijkste onderdelen. Churchill had het niet voor niets over de verhouding 1 uur- 1minuut. Hoe beter je jezelf voorbereid, hoe beter je verhaal en je argumenten om je verhaal kracht bij te zetten. En hoe veel makkelijker je ook met onverwachte wendingen en vragen kunt omgaan.
  • Sterk verhaal
    Zorg ervoor dat je een goed verhaal hebt dat heel logisch van het ene in het andere onderdeel over gaat. Spring niet van de hak op de tak. En bouw rustmomenten in. Geef mensen de gelegenheid even te ‘ontspannen’ en maak het daarna weer spannender.
  • Zorg voor een goed begin en een goed eind
    ‘Waarom zou ik naar deze spreker gaan luisteren, in plaats van mijn mail te beantwoorden of kijken wat er op Twitter allemaal gebeurt?’ Als jij de attentie van een publiek vanaf het begin wil vasthouden, zul je daar een goed antwoord op moeten hebben. Een slechte spreker kan in die eerste minuut z’n gehoor kwijtraken en de rest van z’n 45 minuten (gaap….)in gevecht zijn om de aandacht van z’n publiek terug te winnen.
    En voor het begin geldt, geldt natuurlijk ook voor het eind: als je wil dat je verhaal een beetje beklijft, is het goed een uitsmijter te hebben. Nachtkaars is een slecht idee.
  • Oefening baart…juist…kunst
    Belangrijk is ook dat je je presentatie oefent. Als het kan voor de spiegel, maar gewoon hardop is ook goed. Ik doe het vaak al bij ieder stuk tekst, even hardop om te kijken of de timing goed is, de intonatie. Misschien moet een zin net iets anders opgebouwd. En, niet onbelangrijk, daardoor kan ik al het een en ander onthouden van mijn praatje. Gecombineerd met een goede voorbereiding zorgt het er ook voor dat je, mocht dat nodig zijn, goed kunt improviseren.
    Je presentatie uitproberen op een aantal collega’s, werkt ook altijd heel goed. Je merkt waar stukken anders moeten, sneller of juist langzamer. Voor een echt publiek oefenen, kan een absolute eye-opener zijn.
  • Ontspan en heb vertrouwen
    Een presentatie houden kan je heel zenuwachtig maken. En dat is niet zo heel erg goed voor je gemoed en dus je presentatie. Een van de meest zenuwslopende situaties, is natuurlijk apparatuur. Of preciezer, apparatuur die niet werkt. Ga daarom op tijd naar de lokatie en check de techniek. En als het echt niet werkt, doe dan toch gewoon je ding. Ik heb de beste presentaties gehouden, gezellig, cosy met z’n 20-gen om mijn Apple-tje. Want uiteindelijk gaat het om jouw verhaal. Daar moet je mensen mee boeien.
    Tip: trek geen kleding aan waar je heel makkelijk transpiratievlekken in ziet.
  • Wees gepassioneerd
    Hoe goed je voorbereiding ook is en hoe goed je allerlei andere tips ter harte hebt genomen, als je geen passie uitstraalt, is het paarlen voor de zwijnen. De beste presentaties zijn die waar de sprekers enthousiast zijn over het onderwerp waarover ze praten.
    Maak oogcontact met je publiek, spreek sommigen rechtstreeks aan, probeer niet al te stijf te staan. En, heb passie.http://www.cinema.nl/nps-kort/media/4206734/succes-kort-2008

Als geschreven: Ter leering ende vermaak een geweldige korte film met in de hoofdrol Rene van ‘t Hof. Over hoe erg je de regels van het presenteren kunt schenden. Tip: kijk uit met powerpoint.

picture-93

February 9, 2010   No Comments

SSO komt met nieuw tijdschrift

picture-91Een van de belemmeringen om sociaal ondernemerschap die noodzakelijke volgende stap te laten maken om echt te groeien, is gebrek aan communicatie. Zo kon je vorige week lezen. Intern, maar zeker ook extern. Onderling weten we met z’n allen wel waar we het over hebben, en kennen we natuurlijk een hele hoop sociaal ondernemers, maar wil je echt groeien dan zullen veel meer mensen ervan moeten weten. Daarom komt SSO in samenwerking met de Bossche uitgeverij Flexx met een tijdschrift over sociaal ondernemerschap: QPQ, het nieuwe ondernemen.

Voor wat hoort wat
QPQ staat voor quid pro quo, dat zoveel betekent als ‘voor wat hoort wat.’ We zijn op dit moment volop in de produktiefase. Zo’n 10 freelancers, 4 fotografen, een vormgever, een redactiecoördinator, een bladmanager, een uitgever en ik zijn heel druk doende om het eerste nummer op 21 maart (nieuwe lente, nieuw geluid…jaha!) te laten verschijnen.

Glossy met inhoud
QPQ gaat 4 keer per jaar verschijnen en je vindt er heel veel verhalen in, we hebben zo’n 130 pagina’s redactionele content. Verhalen om te inspireren, verhalen over personen met wie je je kunt identificeren, verhalen om je te informeren.
QPQ wordt geen vakblad, geen opinieblad, geen verenigingsblaadje. Nee, het wordt een glossy met inhoud. Een blad dat er mooi uitziet, met mooie fotografie en mooi vormgegeven, dat ook nog ergens over gaat. Altijd al mijn droom geweest om zoiets maken.

De eerste tegenslag hebben we al gehad en die hobbel is ook al genomen. Tot een kleine 2 weken geleden hadden we een naam voor het blad. Totdat ik op twitter ineens gevolgd werd door een hoofdredacteur van een blad met bijna dezelfde naam – en ook nog een leesteken in de titel. En dat blad is afgelopen donderdag gelanceerd. Nee, we zitten helemaal niet in dezelfde branche, maar toch. Dan houdt het op. Dan moet er een andere naam komen. En die kwam, vrij snel al. Bedacht door een echte namenbedenker. Wij zijn er heel trots op.

Als de voortekenen niet bedriegen wordt het eerste nummer direct een prachtexemplaar, een ‘collectoritem.’ De verhalen en de foto’s druppelen langzaam binnen, alles krijgt langzaam maar zeker vorm.

Wil je de vorderingen volgen, kijk dan op twitter @petrakroon #qpq.

February 8, 2010   No Comments

vrijdag inspiratiedag

Iedere vrijdag kun je hier inspiratie opdoen. Om het weekend relaxed in te luiden, of die 2 dagen eens goed de tijd te nemen erover na te denken. In deze Vrijdag Inspiratiedag een Amerikaanse discussie tussen een Don Blankenship, CEO van een kolenmijn en klimaatPVV’er, en Robbet Kennedy jr, milieudeskundige en fervent pleitbezorger van alternatieve energiebronnen als antwoord op de klimaatcrisis. Of te wel: de battle tussen de gestrikte en de stropdasloze.

98 vs 2
In een bomvol auditorium van de Universiteit van Charleston gingen onlangs klimaatscepticus en baas van een kolenmijn Don Blankenship, en milieudeskundige Robbert Kennedy jr in discussie over het klimaat. De klimaatPVV-er gelooft natuurlijk geen snars van al die dramatische verhalen over de klimaatcrisis. En hij voelt zich ongetwijfeld gesteund door de ophef die deze week ontstond - of beter gezegd weer oplaaide over de betrouwbaarheid van de rapportage van het IPCC. De Kennedy-nazaat had er maar één antwoord op. ‘ Je hebt de keus om me te gaan met die 98% van de wetenschappers die stellen dat de aarde opwarmt of met die 2% die dat ontkennen. Als je in die overgrote meerderheid gelooft en we ontwikkelen alternatieve energiebronnen om de CO2-uitstoot te verminderen, dan zijn we af van die vervuilende energie, niet meer afhankelijk van olie, onze national security verbetert, en de kwaliteit van leven en gezondheid gaat met sprongen vooruit.’

Lijken me toch voldoende redenen om hoe dan ook met nog meer inspanning op zoek te gaan naar alternatieve energiebronnen, of de gletsjers op de Himalaya nu in 2035 of 2350 helemaal gesmolten zijn, of we in Nederland nu heel veel of een beetje minder overstromen, en of een rapport nu meer of minder wetenschappelijk wordt als een deel van die onderbouwing uit een scriptie komt (al kan die natuurlijk wetenschappelijk best aardig zijn) en een bergbeklimmersblad.

February 5, 2010   No Comments

Sociaal ondernemerschap een stap verder? deel II

picture-87Dinsdag kon je deel I lezen over hoe sociaal ondernemerschap een belangrijke stap verder kan maken. Een kleine 20 organisaties bogen zich over de vraag: Wat kunnen wij als organisaties doen om die belemmeringen te verminderen? Steeds meer mensen, immers, nemen zelf initiatief om een maatschappelijk vraagstuk op te lossen en doen dit op een ondernemende manier. Ze lopen daarbij tegen allerlei belemmeringen aan die zij individueel niet kunnen veranderen. Deze post is deel II over de belemmeringen.

  • Niet iedereen is ondernemer of kan het worden
    Een grote groep mensen die met een voorstel bij fondsen/financiers komt, heeft  geen of onvoldoende ondernemerscapaciteiten. Dat uit zich bijvoorbeeld in onvoldoende uitgewerkte businessplannen. Een deel van deze mensen kan het –met begeleiding- wel leren. Dan gaat het om cursussen en opleidingen voor startende sociaal ondernemers zoals de KvK of Triodos Facet ze organiseert, om begeleiding bij het ontwikkelen van ondernemerschapkwaliteiten, het ontwikkelen van coachingprogramma’s zoals het Oranje Fonds doet met het Groeiprogramma.
    Het betekent ook dat je mensen moet afraden om ondernemer te worden als blijkt dat mensen ze het echt niet in zich hebben.

  • Sociaal ondernemers hebben een veilige plek  is nodig
    Sociaal ondernemen is een nieuwe professie. Goede plekken waar ondernemers ervaringen en kennis kunnen delen, en experimenteren zijn nodig. The Hub in Rotterdam en Amsterdam zijn daar voorbeelden van, meer zou goed zijn.

  • Het huidige instrumentarium (financieel en organisatorisch) voor het stimuleren van maatschappelijke ontwikkeling is onvoldoende  afgestemd op nieuwe organisatievormen
    Sociaal ondernemers belanden vaak in een soort  ‘catch 22’- situatie situatie. Om hun bedrijf op te starten is vaak subsidie nodig omdat er niet of nauwelijks andere financiering is dan subsidie. Maar om subsidie te ontvangen moet je in de meeste gevallen een stichting zijn. Echt ondernemen wordt daardoor bepaald niet makkelijk gemaakt, zo niet onmogelijk. Heel vaak is het ook nog zo dat die subsidie niet als startersubsidie gebruikt mag worden. Er moet dus een tussenvorm  komen. Een “maatschappelijke onderneming”die in aanmerking kan komen voor subsidie, maar wel als onderneming is opgezet. Inmiddels is er een wetsvoorstel waarin de maatschappelijke onderneming  als rechtsvorm is vastgelegd (vooral bedoeld voor organisaties in de publieke sector zoals ziekenhuizen & woningbouwcorporaties).

    Andere vormen van financiering zijn ook nodig. Sociale ondernemingen kunnen weliswaar op dezelfde gronden gefinancierd worden als ‘gewone’ ondernemingen, maar financiers zouden genoegen moeten nemen met een langere terugverdientijd, een hoger sociaal rendement en/of een lager financieel rendement. Hier en daar wordt er al wel geëxperimenteerd. Het voorbeeld van Den Haag Centraal waarbij Fonds 1818 garant staat voor een lening van ASN bank is mooi. Combinaties van geven en lenen behoort ook tot die mogelijkheden. Dat zou op grotere schaal door de overheid en fondsen kunnen worden opgepakt. Andere mogelijkhedenpeer to peer financieringventure philanthropyseedfunding & microkredieten voor sociaal ondernemers.

  • Er is behoefte aan meer communicatie
    Er is behoeft een meer informatie intern, dus voor sociaal ondernemers zelf, bijvoorbeeld over het maken van businessplannen , hoe “wordt je het”, wat zijn de mogelijkheden?. Ook belangrijk is dat er naar de buitenwereld toe wordt gecommuniceerd over sociaal ondernemerschap. Zolang de buitenwereld niet weet dat sociaal ondernemerschap bestaat en dat dat iets anders is dan MVO of MBO, zal er ook niets ontwikkeld worden.

  • Er is behoefte aan experimenten en het uitdragen daarvan
    Om uit te vinden wat werkt, wat de belemmeringen opheft en aansluit bij wat sociaal ondernemers nodig hebben en wensen, zijn er experimenten en pilots nodig. De komende maanden gaan we aan de slag met een aantal concrete experimenten.

Daarover lees je volgende week meer.

We zijn erg benieuwd of je nog meer belemmeringen kent. Heb je praktijkgevallen waarbij je een barrière hebt opgelost? Of tips voor andere oplossingen? Geef je commentaar.

February 4, 2010   5 Comments

Sociaal ondernemerschap een stap verder?

picture-50Wat heeft sociaal ondernemerschap nodig om een volgende stap te maken? Die vraag stond onlangs centraal tijdens een bijeenkomst georganiseerd door SSO en Greenwish. De reden voor die bijeenkomst: steeds meer mensen nemen zelf initiatief om een maatschappelijk vraagstuk op te lossen en doen dit op een ondernemende manier. Ze lopen daarbij tegen allerlei belemmeringen aan die zij individueel niet kunnen veranderen. Wat kunnen wij als organisaties doen om die belemmeringen te verminderen? Vertegenwoordigers van ongeveer 20 organisaties, allemaal op een of andere manier verbonden met sociaal ondernemerschap: financiers, overheden, ondersteuners, netwerken en platforms, stortten zich één ochtend lang op die centrale vraag en kwamen met 8 gebieden die een stap voorwaarts in de weg staan. En uiteraard met mogelijkheden om die belemmeringen weg te nemen. In deze post vandaag het eerste deel in een serie van drie: 4 belemmeringen. Donderdag volgt in deel 2 nog een opsomming van belemmeringen. Komende maandag in deel 3 ga ik in op mogelijke richtingen voor oplossingen.

Belemmeringen

  • Het begrip sociaal ondernemerschap roept verwarring op
    Sociaal ondernemerschap is een relatief onbekend begrip, voor je het weet beland je in een definitiekwestie. Tijdens de bijeenkomst werd ook duidelijk dat financiers/investeerders elkaars taal onvoldoende spreken. Ze gebruiken letterlijk andere woorden om eenzelfde begrip te omschrijven.
  • Wij zijn niet gewend om maatschappelijke impact te kapitaliseren
    Een sociale onderneming moet je ook echt als onderneming benaderen. Dat betekent dat niet alleen dat je een businessplan moet opstellen maar dat je bij het maken daarvan ook je maatschappelijke impact moet berekenen. Je moet, met andere woorden de sociale verandering die je beoogd, kapitaliseren.
  • Huidige financiering voor maatschappelijke problemen
    Maatschappelijke problemen worden nu nog óf door de overheid ‘opgelost’ óf door maatschappelijke organisaties die door de overheid gesubsidieerd worden. Tegenwoordig lossen steeds vaker ook sociale ondernemingen die problemen op. Daar zou de overheid op een andere manier dan via subsidies oog voor moeten hebben. Bv via outsourcen. Of via co-financiering. Als een sociale onderneming kan aantonen wat de sociale impact is van die onderneming – en dus wat het de samenleving oplevert- kan ze met die gegevens in de hand naar de overheid stappen om over co-financiering te praten.
  • Ondernemend denken wordt in Nederland onvoldoende gestimuleerd
    Het onderwijs in Nederland leidt mensen op tot onderzoeker, wetenschapper of werknemer, maar niet tot ondernemer. In opleidingen op alle niveaus wordt onvoldoende aandacht besteed aan ondernemerschap in het algemeen en aan sociaal ondernemerschap in het bijzonder. Gebrek aan kennis leidt tot zwakkere businessplannen. Én tot een gebrekkige beoordeling van businessplannen omdat ook financiers vaak de nodige kennis ontberen om een sociaal ondernemersplan goed te kunnen beoordelen.
    Bij sociaal ondernemers en bij ondersteunende organisaties is er ook de behoefte om de bestaande kennis te delen.

Herkennen jullie je in deze belemmeringen? Hebben jullie daar voorbeelden van? Andere belemmeringen wellicht? Zelf al oplossingen gevonden voor barrières? Geef je commentaar.

February 2, 2010   3 Comments